Reflectie coalitieakkoord

Onderzoekt alles, maar behoudt het goede..

Wanneer het nieuwe college aantreedt, ben ik twee jaar burgemeester van deze mooie stad. Een stad die mij en mijn gezin heeft verrast: in haar schoonheid, historie en voorzieningen, maar zeker ook in haar sociale cohesie. Een stad met oog en oor voor elkaar, waarbij heel veel vrijwilligers het cement van de samenleving vormen.

Een stad die zich onderscheidt door haar groei en woningbouw, in tegenstelling tot veel andere gemeenten in Nederland. Een stad waar het gemiddelde inkomen stijgt en waar horeca en winkels daarmee veel beter in stand blijven. 

De uitdaging is om met deze groei de voorzieningen gelijke tred te laten houden. Gelukkig staat er al veel op stapel qua scholen, sport en infrastructuur en zie ik deze noodzaak ook terug in het voorliggende coalitieakkoord. 

Maassluis staat meer en meer op de kaart, trekt bezoekers en organiseert evenementen, maar moet ook een aantrekkelijke woonomgeving blijven voor haar eigen inwoners.

Als burgemeester spreek ik heel veel bedrijven, organisaties en inwoners, en dan hoor ik ook de zorgen die er leven: over het woningaanbod voor de eigen kinderen, de veiligheid en doorstroming in het verkeer, de ruimte om te parkeren, het afvalbeleid, het behoud van groen en de overlast van jongeren op fatbikes.

Aan deze zorgen wil het voorliggende coalitieakkoord gehoor geven, en dat is positief. Maar realisme is daarbij geboden. De samenleving is niet volledig maakbaar. Voor een deel zijn we afhankelijk van landelijke wetgeving en voor een ander deel zijn we beperkt in financiële mogelijkheden, gegeven de uitdagingen die alle gemeenten daarin ondervinden.

Politiek die het vertrouwen van de samenleving terug wil winnen, zal dan ook altijd duidelijk moeten zijn in haar verwachtingsmanagement. Het gaat om daadkracht, maar ook om duidelijkheid.

Maassluis, hoe mooi ook, staat niet op zichzelf, maar is onderdeel van een groter geheel: de metropoolregio, de veiligheidsregio, de samenwerkingsverbanden voor jeugd en het sociale domein, de provincie en ook ons land. En dat is maar goed ook, want zonder samenwerking zouden we onmogelijk het hoofd kunnen bieden aan de problemen en uitdagingen waarvoor we staan.

Als burgemeester hoop ik op snelle landelijke wetgeving ten aanzien van fatbikes, uitbreiding van de politiecapaciteit, vergroting van de bevoegdheden van boa’s en investeringen in de weerbare samenleving. Deze ambities vind ik ook terug in het coalitieakkoord.

Wat ik ook deel met het coalitieakkoord, is de ruimte voor ondernemerschap, horeca en evenementen. Lokale ondernemers die zich inspannen voor onze stad moeten zich gesteund voelen en ruimte krijgen voor nieuwe initiatieven. 

Maar ook op het gebied van evenementen zijn investeringen nodig. Met alle voorwaarden waaraan we moeten voldoen, wordt de last voor alleen vrijwilligers te zwaar. Bovendien wordt het steeds lastiger om vrijwilligers te vinden. Willen we toch aantrekkelijke evenementen blijven organiseren en de vrijwilligers ontzorgen, dan moeten we daarvoor professionaliseren – naar Vlaardings model. Ik hoop daarin ook de steun te vinden van de nieuwe coalitie en zal mij met plezier inzetten voor de citymarketing van onze stad.

Waar ik de woorden van het coalitieakkoord niet steun is ten aanzien van het asielbeleid. Ja, landelijk zullen we de instroom moeten beperken en binnen Europa een lijn trekken, maar tot dat dit gerealiseerd is vind ik het van belang om als gemeenten onderling solidair te zijn. Dat betekent dus gevolg geven aan de spreidingswet. Wij leveren nu ons aandeel en dat is goed ingebed en zonder overlast. 

Dat betekent dan ook dat als er uiteindelijk een definitief verdeelbesluit is, we daar ook – binnen onze mogelijkheden – gehoor aan moeten geven. Ik juich toe dat het coalitieakkoord benoemt dat alle inzet binnen de wettelijke kaders moet plaatsvinden. 

Dat gezegd zijnde wil ik mij ook als burgemeester inzetten om van deze coalitie een succes te maken. En als voorzitter van de raad hoop ik op goede debatten, met respect voor elkaars mening. Maassluis kent een goede bestuurscultuur waarin verschil van mening niet leidt tot verstoorde persoonlijke verhoudingen. Dat is van grote meerwaarde en dient als voorbeeld voor onze samenleving.

Wat ons uiteindelijk moet drijven, is wat het beste is voor onze stad en haar inwoners. Dat we daarbij gaan werken binnen het college met een aanpak waarbij eenieder verantwoordelijk is voor een wijk kan daar concreet invulling aan geven en vind ik positief.

Daarbij spreek ik de wens uit dat ook voor de komende periode Samen zijn wij Maassluis onze leidraad en inspiratie zal zijn!

Jack de Vries

Burgemeester