College biedt geen asielopvangplekken aan in Maassluis
Het college heeft in lijn met het coalitieakkoord besloten 0 asielopvangplaatsen aan te bieden voor de tweede cyclus van de Spreidingswet en heeft dit officieel laten opnemen in het regioplan opvang vluchtelingen Rotterdam-Rijnmond. Ook laat het college weten dat er geen concrete samenwerkingsplannen zijn afgesproken dan wel afspraken zijn gemaakt met andere gemeenten in de regio Rotterdam-Rijnmond. Het college geeft met dit 0-bod een duidelijk signaal af dat het Rijk de instroom moet beperken en dat andere gemeenten hun verantwoordelijkheid moeten nemen zoals Maassluis de afgelopen jaren heeft gedaan.
De gemeenten hadden tot uiterlijk 28 oktober de tijd om tot een definitief, door het college bekrachtigd aanbod te komen en dit op te laten nemen in het definitieve regioplan opvang vluchtelingen Rotterdam-Rijnmond. Vervolgens wordt dit plan in november aan de provincie Zuid-Holland gestuurd en als zodanig opgenomen in het provinciale plan, dat dan vervolgens aan de minister wordt gestuurd. De minister neemt voor 31 december 2026 het definitieve verdeelbesluit voor de opvang van vluchtelingen per gemeente. Dit betreft de tweede cyclus van de Spreidingswet (2027-2029).
Momenteel vangt Maassluis, volgens de eerste cyclus van de Spreidingswet (het huidige verdeelbesluit van de minister), nog 140 vluchtelingen op twee opvangboten, de Lady Anne en de Patria. Al eerder gaf het college het COA te kennen de opvang van vluchtelingen op deze boten respectievelijk in december 2026 en april 2027 te willen stoppen.
Het COA heeft inmiddels aan het college van Maassluis per brief laten weten de opvangboten te laten liggen vanwege de nijpende tekorten van opvangplekken in Nederland.
Wethouder Gary Bouwer: “Ik ben natuurlijk teleurgesteld door de reactie van het COA. Wij hebben ons keurig aan de bestuursovereenkomsten gehouden door te wachten met het wegsturen totdat deze aflopen. Desondanks geeft het COA dan toch aan niet te kunnen vertrekken. Het is nu aan de raad om daar het debat over te voeren.”
