Olietanks in particuliere grond verwijderen

U vindt hier informatie over: "Samenvatting"

Samenvatting

Als in uw tuin een ondergrondse olietank ligt die u niet meer gebruikt dan moet u deze tank (laten) verwijderen. Als de bodem is vervuild als gevolg van lekkage, dient u deze vervuiling te (laten) saneren.

U vindt hier informatie over: "Voorwaarden"

Voorwaarden

  1.  Op grond van BOOT heeft iedere tankeigenaar voor 1 september 1993 de aanwezigheid van de tank bij de gemeente gemeld. Bovendien moest de tank, als deze buiten gebruik gesteld was, binnen vijf jaar na die datum verwijderd zijn of onklaar gemaakt zijn door een KIWA-erkend bedrijf.
  2. Voor diegenen die vergeten zijn de tank te melden of niet op de hoogte waren van de aanwezigheid van de tank is op 15 augustus 1998 het gewijzigde Besluit Opslaan in Ondergrondse Tanks (BOOT 1998) in werking getreden.
  3. Tot 1 januari 1999 bestond de keus tussen onklaar maken van de tank of verwijderen van de tank. Na 1 januari 1999 bestaat die keus niet meer en moet de eigenaar de tank verwijderen.
U vindt hier informatie over: "Gang van zaken"

Gang van zaken

Onderhoud van de olietank

Als eigenaar van een in gebruik zijnde tank bent u verplicht uw tank jaarlijks te laten keuren. Ook moet u zich verzekeren tegen de gevolgen van eventuele bodemvervuiling.

Verwijderen van de olietank

Bij verwijdering moet u de tank en leidingen (laten) uitgraven, schoonmaken en weghalen. U dient het gat op te (laten) vullen met schoon zand.

U vindt hier informatie over: "Achtergrond"

Achtergrond

Particuliere olietanks in Nederland

In Nederlandse voor- en achtertuinen liggen nog ongeveer 40.000 niet gebruikte en ongesaneerde olietanks onder de grond. Zij zijn indertijd aangelegd voor oliegestookte centrale verwarmingsinstallaties. Sinds de overschakeling op aardgas zijn deze tanks niet meer in gebruik.

De meeste tanks liggen in gebieden die pas laat zijn aangesloten op het gas- en leidingennet. Ook in oudere wijken in de steden liggen, vooral bij huizen gebouwd voor 1970, nog veel tanks onder de grond. Vanaf halverwege de jaren '60 werden olietanks steeds minder vaak toegepast. Overigens is een recent bouwjaar van een huis geen absolute garantie dat er geen olietank is. In uitzonderingsgevallen zijn er ook bij recenter gebouwde huizen oliegestookte CV-installaties toegepast, bijvoorbeeld omdat er geen aansluiting op het gasnet is of was.

BOOT-regeling

Een opslagtank heeft een levensduur van circa vijftien tot twintig jaar en kan vroeg of laat gaan lekken. De olieresten in de tank kunnen daardoor in de bodem terechtkomen. Om dat probleem aan te pakken, werd in 1993 het eerste Besluit Opslaan in Ondergrondse Tanks (BOOT) uitgevaardigd.

Bij BOOT gaat het niet alleen om tanks waar nog niets aan gedaan is, maar ook om tanks die in het verleden op een verkeerde manier zijn gesaneerd. Deze laatste categorie tanks moet opnieuw worden onderzocht en zo nodig worden gesaneerd. Soms is niet alle olie uit de tank verwijderd. Dan blijft er een mengsel van water en olie ('sludge') achter, dat op de bodem van de tank een roestproces op gang brengt en doorlekken tot gevolg heeft. De enige afdoende methode is: het (laten) leeg- en schoonmaken van de tank en vervolgens vullen met schoon zand.

 

U vindt hier informatie over: "Tips"

Tips

Hoe constateert u de aanwezigheid van een ondergrondse olietank in uw tuin?

  1. U vindt mogelijk aanwijzingen in uw tuin: een putdeksel, een koperen dop, een ontluchtingspijp of vreemde verzakkingen. Prik met een metalen staaf in uw tuin in de grond in de buurt van de kelder of de kruipruimte. Olietanks liggen nooit meer dan een meter diep. Eventueel kunt u een metaaldetector gebruiken.
  2. In de kelder of de kruipruimte wijst een loze leiding op olieaanvoer. Oude vulleidingen zijn makkelijk te herkennen: ze zijn minstens tweemaal zo dik als gasleidingen en hebben een doorsnede van circa 6 centimeter. Dichtgemaakte gaatjes in de muur zijn een indicatie dat er vroeger leidingen hebben gelopen.
  3. Vraag uw eventuele buren of de vroegere bewoners of zij weten van het bestaan van een tank.
  4. Oliehandelaren in uw gemeente zijn een bron van informatie; zij weten in de meeste gevallen welke huizen vroeger oliestook hadden.

Het verzwijgen van een tank heeft geen zin; uiteindelijk komt de aanwezigheid altijd boven water. Hoe langer dat duurt, hoe groter de kans op ernstige bodemverontreiniging en bijbehorende saneringskosten.

KIWA-certificaat
Voor een afdoend gesaneerde olietank moet een KIWA-saneringscertificaat beschikbaar zijn. Alleen erkende saneringsbedrijven leveren een dergelijk certificaat. KIWA is een keuringsinstituut voor o.a. rioleringen en waterleidingen. Door deze erkenningsregeling heeft u de garantie dat u geen problemen met uw olietank krijgt. Is uw tank door een KIWA-erkend bedrijf gesaneerd, dan kan hij gewoon blijven liggen.

U vindt hier informatie over: "Contactpersonen"

Contactpersonen

Ruimtelijke Ordening, Verkeer en Milieu
tel: 14010
e-mail: gemeente@maassluis.nl